Ookzo kort

Zo kort en toch steeds een heel verhaal.



‘Wil ik net gaan slapen, moet ik die verdomde schapen nog tellen,’ vloekte de herder.



‘Ha! Volgens mij ben jij een plastikke reiger,’ zei het visje glimlachend.
Maar de plastikke reiger was sneller dan het visje dacht.



‘Uw haar zit helemaal niet goed hoor!’
‘Wat? Waar bemoeit u zich mee?’
‘O sorry, ik dacht dat u directeur Zaalwand was.’



‘Wat ben jij een gave geit voor zover ik kan zien,’ zei de loenzende bok.
De geit bloosde, wilde haar uiers laten zien, maar wist niet hoe.



‘Ik ben je moeder niet!’ gromde de wat fatsige vrouw tegen de big.



De goudvis zag dat er ineens een lama achter Anneke stond, maar wat hij ook probeerde met zijn vinnen, ze begreep niet wat hij bedoelde.



Jan rende door de gang. Er was een spoedvergadering over het ontslag van Broodhoofd, omdat hij een liefdeslied voor de theejuf had gezongen.



‘Leo, ik heb zin om te breien, maar ik weet niet wat,’ zei Bep.
‘Ik maak even de lucht van deze enorme legpuzzel af en dan denk ik met je mee.’



Freddie moest nog negen rijen stekken steken en hij baalde als een Freddie.



Kreeg een kaart van Tina.
“Hoi 33 graden zonnig hier, alleen is Karel per ongeluk vreemd gegaan.
Hij baalde. Ik ook.
Morgen snorkelen.”



‘Ga eens uit mijn zicht, zo lukt het nooit!’ loeide de dekstier naar de boerin die ondertussen de koe vasthield.



‘Wat ben je laat?’
‘ja, mijn huis was afgebrand.’
‘Och, alles weer goed nu?’
‘Jawel, vanmiddag nog even opruimen en dan kopen we een nieuwe’



‘Hoeveel haring heb jij verkocht?’ vroeg zijn vrouw pissig toen visboer Cor het bed instapte.
‘En jij stinkt naar een breinaald!’ zei Cor.



“Ik breek je nog een keer door midden!” schreeuwde de wat fatsige Cora naar het stuk chocola.
“Kutreep!” lachte ze.



‘Oprotten nou!!!’ las ik op de wegwijzer.



Ineens knalde er een enorm vuurwerk.
De hamster rende in paniek in zijn rad.
De andere hamster in de kooi wilde ook in paniek in het rad rennen, maar moest even wachten.



De stier stond even stil en keek naar de op en neer springende uiers van de joggende koe. Die Berta!



‘Ik wil niet meer op Antartica wonen,’ zei het bibberende pinguinjong tegen haar moeder.



‘Ik ben niet voor niks een boer!’ lachte hij voluit naar de tandarts.
‘Ah, u heeft dus kiespijn?’
‘Ja, haha, ja!!!!!!’ schaterde de boer.



‘Ok,’ zei de geestverdrijver, ‘u denkt dus dat de duivel gebruik maakt van uw toilet. Het lijkt me sterk, maar ik doe toch even een spreuk.’



‘Hé jij weer!!!’ blubde de goudvis voor de 1100ste keer naar zijn maatje in de vissenkom.
En hij zwom nog een rondje.



‘Au!’ gilde de vlieg toen Gert haar mepte.
‘Arme vlieg,’ dacht de ander, hangend aan de plakstrip.



‘Ik maak je nog eens van kant!’ zei de klosser tegen de teddybeer.



De boom had zo genoeg van het huis waar hij voor stond.
Toen de vrouw het huis uit kwam lopen, riep ze weer met ballende vuist: ‘kutboom!’



Mijn schrijf ik roef mijn pen
Ik brat in sloot of wie ik ben
Wie groempt daar in de rommel
Het is de roegende nommel.



-Dokter, ik hoor ineens alles achterstevoren.
-Nerovetsrethca?
-Mmm. Nu niet meer! Wat fijn. Dank u dokter!!
-Sneiz tot!!



‘Waar is mijn duster?’ paniekte de verwarde chemicus.
‘Die heb je aan!!’ zei zijn vrouw.
‘Och! Hoe verward kun je zijn!’ lachte hij toen.



‘Als jullie willen dat ik jullie ramen lap, mag ik dan even jullie ladder lenen?’ vroeg de glazenwasser aan de kabouters.



‘Kijk uit!!!’ schreeuwde de banaan naar zijn broer. ‘Daar heb je die aap weer!’



Berend vond het ontroerend hoe Anja de accu van haar motor verving, maar het schattigst vond hij nog Anja’s konijnenhanger aan haar tepel.



Het veel te magere mannetje kon enorm lachen met het veel te dikke wijf, maar in bed paste het eenvoudig weg niet. Hoe ze ook probeerden.



‘draai je is om!’ zei het gummetje tegen de pingpongbal.
‘ik ben omgedraaid!’
‘nee de andere kant!’
‘sorry! kijk ik draai al!’
‘draai dan!’



‘Mag ik opscheppen?’ vroeg de arrogante ober beleefd.
De timide gast had het liever niet. Alsof hij dat zelf niet kon!



‘Pssst, slaap je al?’ vroeg de egel aan zijn wijfje.
Zijn wijfje zuchtte van nee.
‘Ik ook niet en het is al december!’
#winterslaap.



– Gert, waar is mijn pollepel?!
– Wôat Ina?
– Mijn pollepel?
– Mmm. Ja.
– Ja? Waar is ie?
– Niet in je nachtkasje?
– mijn POLLEPEL!!



‘Weet je nog,’ vertelde de kip, ‘dat die vos chikki’s kuikens opat? Schrokken dat ie deed! Meer dan lekkeretrek. Die piepte hij zo weg.’



‘Je weet toch dat ik geen knakworsten lust,’ zei de chiwawa tegen de bulldog.
De bulldog loensde. ‘Wat ben jij voor een kuthond?’



‘Mmm, je zegt TV kijken en auto rijden,’ zei de therapeut, ‘maar ik bedoel eigenlijk iets anders met “ergens goed in zijn”. Denk nog eens goed na.’



De andere koeien konden hun ogen niet geloven. Daar kwam hun Berta aangerend met een haas in haar bek.



De ene vriend in de kroeg dacht dat zijn maat ineens wat zei, maar dat was helemaal niet zo. En ze namen allebei nog een slok.



Een man in de trein begon breed te glimlachen.
Iedereen keek hem aan en hij excuseerde zich; hij was vergeten dat het maandagochtend was.



‘Dokter, ik heb een saai hoofd,’ zuchtte Bram.
De dokter zette de stethoscoop op zijn wang en knikte.
‘Mmm, even in mijn boek kijken…’



Het konijn kroop uit het hol van zijn vriendin en zag uit naar een mooie dag.
De jaloerse Bunny kon hem wel schieten, maar had geen geweer.



Rustig! riep het opperschaap. Als we goed puzzelen dan hoeft misschien niemand aan de buitenkant van de kudde te staan. De wolf naderde al.



‘9, 9!’ zei de man tegen de vrouw met haar sudokuboekje. Ze vulde het gretig in. ‘O nee,’ zei de man, je hebt al drie negens in die rij.



‘Kijk hier woon ik!’ wees de buschauffeur van lijn 67 via de intercom.
En iedereen zag zijn vrouw in haar ondergoed het stoepje vegen.



‘Maar moet je die boot dan niet eerst uit het water halen voordat je hem verft?’ vroeg de loenzende vrouw met haar bollende borsten.
‘Ja’



Jan had zich helemaal in de tijd vergist. Toen hij van het toilet kwam was het al tien over vijf.
‘Waar zat je?’ vroeg zijn carpoolcollega.



Alle duiven hadden zich bij mij op het dak verzameld, want de overbuurvrouw stond weer naakt voor haar raam.



4u59 plaatselijke tijd wakker. Onze buurman is hobby-astronaut en hij had volgens mij weer een lancering.



De borsten van mevrouw Den Akker bleken veel kleiner dan haar nieuwe vriend had gedacht, hoewel de linker nog wel ging.



De opblaaspop zag wel dat Diederik-Jan zich uitkleedde, maar ze probeerde er geen aandacht aan te besteden.



‘Beur me dan op! Beur me dan op!’ riep Gea Langstraal naar de pychiator. ‘Of lig ik hier soms voor de katsekut?!’

Ja, maar,’ zei de psychiater tegen Gea Langstraal, ‘denkt u dan dat ík mijn baan leuk vind? Als u dat denkt, heeft u een bord voor uw kop.’



Iedereen stond versteld van de plotseling filosofische uiteenzetting van de glazenwasser, want eigenlijk was hij helemaal geen glazenwasser.



“Ja ja ja!’ riep de commentator, ‘Oe, jammer, hij glijdt uit. Bal is voor de gele ploeg. Corner? O nee, rode kaart. Tijdwinst. Blijft 5-1.”

‘Ok goal,’ zuchte de voetbalcommentator. ‘Geel staat met 3-1 voor tegen Rood. Het publiek juicht. O nee afgekeurd. Blijft 4-4 dus. Doeltrap.’

‘Voorzet,’ zei de voetbalcommentator. ‘Weggekopt. Teruggekopt. Weer weggekopt en teruggekopt. Weggekopt. Publiek in extase. O, fluit. Rust.’

‘Ingooi. Och. Voeten van de grond. Geel gooit dus. Weer die voeten! Rood gooit dus. Hé een luchtballon. Woaw. O, er is gescoord. 3-7.



Ik schrok vanmorgen wakker en dacht dat ik een schaap in ons huis hoorde. Ik liep naar de kamer, maar het was onze geit!



De man voor me heeft gigantische wenkbrauwen. De vrouw ernaast heeft die van haar met potlood verlengd. Ze keken elkaar even aan. Heel even.



De man smeerde al zijn raakvlakken met haar in met lijm.



Goedemorgen. Weer niet uitgeslapen. Wederom wakker getikt door de breinaalden van mijn onderbuurvrouw. Die trui is nu wel af!



Alles wat Sjoerd vertelt is zo pakkend en beeldend. En als je bij elke zin ergens het woordtje ‘niet’ tussen frommelt, is het nog waar ook.



‘Jullie zingen de sterren van de hemel!’ riep de dominee na het gezamelijk zingen van psalm 9. De drie kerkbezoekers keken elkaar trots aan.



Toen ik het gordijn vanmorgen open deed, stond er een man met een enorm bord voor mijn raam:
“OPEN JE GORDIJN, EIKEL!”
Hij knikte en liep met zijn bord naar de buren.



‘Jij ook?!’ vroeg de ene roodbaars aan de ander in de emmer.
‘Ja man, ik zag een regenworm voorbij zwemmen en dacht: funky!
Stom he?’



De vrijscène in de verder saaie kunstfilm vond Ron echt fantastisch.
‘Steek hem erin!’ riep hij glunderend.
Er kwam helaas echter eerst een flashback.
‘Ah Kut!’



‘Mammie,’ vroeg Bunnie, ‘ben ik nou een haas of een konijn?’.



De bezorgde varkens kwamen bijeen. Het schijnt namelijk dat steeds meer mensen overgaan op geitenvlees.



De chemicus had even genoeg van sulfon, ureum, alkoloïden en aldehydes.
Hij had nu zin om een naakte vrouw te kussen. Of iets dergelijks.



De twee breedbekkikkers probeerden elkaar tevergeefs op de wang te zoenen. Sorry, zeiden ze beide na de tongzoen.



‘Wat vliegt de tijd,’ huilde de zakenman in het doolhof van het pretpark. En weer liep het dood.



De bioboer besloot om deze zomer al zijn koeien mee op vakantie te nemen naar Zeeland.
De bioboerin twijfelde en zag vooral nadelen.



Dus je snapt niet dat als je 8 bij de keuken optelt en dan 2 huizen verder dat door 3 vogels deelt, je 7 overhoudt?
Ja dát snap ik wel,…



Kees zuchtte bij het openen van zijn broodtrommel en zag zijn collega Jan grinneken.
‘Heb jij met zwarte viltstift “eet smakelijk” op mijn boterham geschreven?’



‘U heeft ons puur en alleen voor de eieren!’ klaagde één van de kippen.
De boer keek de kippen aan en knikte. ‘Weten jullie wat? Morgen een dagje geen eieren!’
Het kippenhok ontlaadde in een enorm gejuich.



‘Nee,’ zei de tijger. ‘Pak jij dat hert maar, ik heb net een zebra op.’



Ja, als je de xono denavigeert en dan de spoedknop een kwartslag terugdraait, dan zou de spaceshuttle het moeten doen. Bel anders Fredje.



Elke keer als de geit een varken nadeed, dan kwamen de struisvogels niet meer bij. Wat kon die geit lelijke smerige bekken trekken zeg!



De jonge koolmees had pijn aan haar snavel van het kussen. Zo verliefd was zij.



‘Waar bemoei je je mee? Al drink ik die hele fles cognac leeg! Ik ben sneeuwwitje niet!’ zei de zeemeermin tegen Koos.



Ook al purge ik de ftp via xoenix dwars door de t++ en 3m profile config, de koffie-automaat zegt nog steeds: ‘error: can’t, just can’t’.



Lasbril. ‘Hoe hoe, meneer, Hier is de kassa!’ riep de snoepverkoopster naar de chemicus. ‘Nee hier! Hier. Nou ja! Hierzo!’ zwaaide ze.



‘Hoeg de 3mc door de X-buis en chroom de RT-cel in HMcC. Snel, nu nu!!’ schreeuwde de nerveuze chemicus naar Elisa. Ze barste in huilen uit.



‘Even kijken…. Nee, dat gaat dus niet. Helaas,’ zei Gert tegen Ina, terwijl hij het meetlint inrolde. ‘Het aanrechtblad dat je zo graag wilt is 3 meter te lang.’



Bijna 5 uur! Kees drukte alvast op het knopje. ‘O nee, de computer was al uit! Haha. Nou is-ie dus aan!’
Collega Jan kwam niet meer bij.



‘Help,help!!’ riep de geschrokken mol in de buik van de slang, ‘ik zie nu niks meer!’



De arend kon niet meer vliegen van het lachen. Het muisje trok zo’n gekke biggenbek met zijn staart in een varkenskrul. De arend plofte op de grond. Au. Haha.



Mijn buurvrouw stond vanmorgen ineens mijn raam van buiten te lappen. ‘Buuf, bent u wel wakker? Dit is ons raam!’ Ze keek en zag het nu ook.
‘Sorry!’



Het muisje deed net alsof hij de arend niet aan zag komen vliegen en sprong op het laatste moment giechelend opzij.
De arend kon er wel om lachen.



De uitvinder knikte enthousiast het hoofd toen zijn leerling hem Genesis voorlas.
Ja, dit was wel origineel voor die tijd.



De worm kwam niet meer bij van het lachen. En toen ie wel bijkwam lag hij in de bek van de mus.



‘Ok,’ zei de marmot tegen zichzelf, ‘ik loop nog 120 rondjes in dat rad en als ik er dan nog niet ben, dan ligt het aan mij.’



‘Grijp hem, grijp hem!!’ krijste de ene arend naar de ander bij het zien van het rollebollende muisje. ‘Ik ben geen poes!’ snauwde de ander



De chemicus tuurde aandachtig naar zijn eigen bordje: ‘Als je bijna stoort, eerst mij vragen of het stoort voordat ik het beoordelen kan.’



De koeien hadden de boer te grazen genomen door allen achter de dikke boom te gaan staan. De boerin kwam al aanrennen!!



‘Oe kijk wat mooi,’ zei de stier tegen het schaap, ‘een luchtballon!’ ‘Oe kijk eens daar,’ zei het schaap, ‘de slagerswagen van Van Zanten!’



Nog 6 nachtjes slapen en dan is het weer nudistenweek in onze straat. Hoop dat het weer meezit.
Niet alle buren zien er evenveel naar uit. De Van Der Sluizen hebben een groot bord in de tuin: “Wat moeten wij met jullie piemels?”



Nog één sjoel en dan zouden de Bakkeleiers wereldkampioen zijn. Maar de TikkiTokkiTikTi’s uit Nwene-Ditu hadden een fenomenale laatste run.
De Bakkeleiers schudden troosteloos hun hoofden. De acht dagen durende busreis terug zou een lange worden.



Er stond vanmorgen vroeg een hele groep ochtendmensen te dansen onder mijn raam. Ze riepen in koor ‘Be-schuit Be-schuit! en ze sprongen.



De gapende ochtendmens keek nog een keer op de klok, smeerde nog een beschuitje en ja hoor, daar ging de wekker eindelijk. Op naar bed!!



‘Bloo ie bloo!’ blubde het kwispelende visje in de snavel van de reiger. ‘Niet te lang hoor,’ giechelde ze, ‘anders krijg ik het benauwd.’



Stier Harrie had zin in vandaag. Misschien wat druk; hij zag wel. Och, Berta 428 stond helemaal aan de andere kant van de stal. Jammer.



‘U houdt uw paraplu helemaal ondersteboven vast,’ zei de zebrajuf tegen de chemicus. ‘Nu bent u kletsnat!’
‘Och ja, u heeft helemaal gelijk. Wat stom!’



‘Ina, Ina,’ schreeuwde Gert vanuit het klushok. ‘De uitbouw van je keuken doe ik volgend weekend. Heb weer de verkeerde schroeven gekocht.’



Mijn onderbuurman kwam vragen of ik wel goed bij mijn hoofd was. Bij bijna elke woord dat ik tik, schijn ik luidkeels hoera te roepen.



De uil was eindelijk in slaap gevallen, toen de tak afbrak waarop hij zat. Daar lag de uil zo onverwacht Klaarwakker op het ruiterpad.



‘Laat me gaan, laat me graven! Waar bemoei je je mee? Als ik daar nou zin in heb? Laat me los. Nu!’ riep de mol dreigend naar de arend.



De ballen van het telraam waren helemaal versleten, maar de accountant weigerde alles uit zijn hoofd uit te rekenen. Hij zou wel gek lijken.



‘Prachtig, prachtig, prachtig! O wat mooi!’ glunderde mevrouw Den Akker bij het zien van de piemel van haar nieuwe vriend.



‘Ik blijf niet leggen, ik ben geen kip!’ zei de kip tegen de kippenboer. ‘Ie bin welle kip!’ bulderde de boer en ze legde snel een ei.



‘Och sorry mensen, mijn fout!’ intercomde de buschauffeur van lijn 72. ‘Ik zat te dromen… dit is mijn camping. Ik rij nu naar Diemen CS.



Och, het regenseizoen is weer aangebroken, concludeerde de kletsnatte aap.



Knap zijn we niet, zeiden de schilpadden tegen elkaar, maar we kunnen ook niet zomaar uitsterven. Neem jij Berta dan neem ik Annabel wel?



‘Geef mijn gieter terug!!’ bulderde Ko over de heg naar zijn onschuldige buurvrouw die in haar keuken haar beschuit aan het smeren was.



Soms krijg ik het idee, soms, dat mensen mij niet begrijpen. Maar dan vacht ik het soep tot de rode slome roep. En nog eens. Dat helpt.



Het werd haar een beetje eentonig, maar het jonge lieveheersbeestje dacht de hele dag aan voortplanten.
Dat wordt nog wat later…



Ik vertelde dat ik 18 naakte mensen had zien liggen vrijen in Tirana park.
Ze glunderde en klapte van vrolijkheid in haar handen.
Maar het was helemaal niet waar.



Lege wasgaaiers, slome zomerloven, holle kleedwarren, rare zielteugen en zeven schaters.
Kop op, zei ik mezelf. Er zijn vast ergere zaken.



‘Echt lief truitje heeft u aan mevrouw. Ja, ja u daar met die gele bloempjes,’ wees de buschauffeur vlak voordat hij het kanaal in reed.



‘Ik ben onschuldig. We lijken allemaal op elkaar, maar ik was het niet,’ snikte de havik met de kromme snavel tegen de konijnenrechter.



‘Hoe kon ik me zomaar op drie nullen verkijken?’ stamelde de thought-to-be miljoenair bij het zien van zijn bankafschrift.
En hij trok zijn joggingpak weer aan.



’63, 63!!’ schreeuwde de bingoster, maar het werd 47.
‘Ja ja ja Bingooo!!’ schreeuwde ze.
‘O nee,’ gierde ze. ‘Ik moet 12 nog.’



Dertig mussen kwamen enthousiast aanvliegen, toen ze hoorden dat Anoekje hen riep.
Echter, de peuter zocht haar muts.



‘Mijn ladder is te lang voor jullie huizen,’ mompelde de totaal verwarde werkeloze glazenwasser tegen de kudde slakken.



De dijenkletser van oom Gerald sloeg weer eens enorm aan, maar tante Bep had er nu genoeg van dat het altijd over haar rimpelige reet ging.



De hardwerkende triljoenair had genoeg van de hele dag garnalen pellen en besloot met pensioen te gaan.



De joelende menigte fans realiseerde zich niet dat ze een dag te vroeg waren gekomen.
Ekko Me stond ondertussen zelf thuis koekjes te bakken



‘Jij heb helemaal ook niet geen tijd voor je eigen!’ mompelde de voormalige taalpurist tegen de haastende koffiejuf.



‘Anja? Hoehoe Anja?! He! Anja?! Aaaaanjaaaaa?!! Verdomme Anja!! Kom hier!!! Anja!! Nu!
Hoe hij de koe ook riep, Berta wilde niet luisteren.



‘Ben ik op tijd?’ vroeg het hijgende varken bij aankomst bij het slachthuis.



‘Je leeft maar een keer,’ zei de eendagsvlieg tegen de olifant.



‘Heremetijd, mooie roze bloemen, maar ik heb volgens mij de jas van mijn vrouw aan,’ bedacht de chemicus zich in de rij voor de snoepwinkel.



Psychiater tegen weer een nieuwe patient:
Kunt u dit formulier invullen, voor en achterkant, en wilt u alstublieft ook wat vrolijker kijken? Ik ben namelijk jarig vandaag.



Klant tegen nog een klant in de relatief lange rij voor het bordeel van Anja Van Hennep:
Staat die hoer al lang haar eigen ramen te lappen?



De twee oude tekkels stonden als versteend naar de twee parende heggenmussen (prunillidae) te turen. Dat zag er lekker uit.







Advertenties

2 reacties Add your own

  • 1. tobekrijger  |  30 oktober 2011 om 21:54

    Ik kan wel blijven lezen, en doe ik soms ook! Net weer. Hoewel gisteren, toen zat Ina Hut ineens in mijn gedachten, vandaag was ze er uit, maar nu is ze er weer, maar nu samen met twee oude tekkels, een jonge kruising tussen een bokser en bouvier, een sperwer en een slapeloze oma die in het zand een gebit zoekt. Ik wilde het even met je delen. En nu ga ik vast de ontbijtboel klaarzetten, dag Ditis. Van Tobe.

    Beantwoorden
  • 2. cornutus  |  18 december 2011 om 13:24

    !nednoveg deoG

    Beantwoorden

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

Trackback this post  |  Subscribe to the comments via RSS Feed


%d bloggers liken dit: